R1. Aanleg nieuwe loop Reusel

De huidige loop van de Reusel (Figuur 1.5‑1) volstaat niet ten aanzien van het bereiken van de doelen zoals genoemd in de paragraaf 'Knelpunten en doelen'. Voor het ontwerp/dimensionering van de nieuwe loop zijn de eisen uit de Natura 2000 en KRW randvoorwaardelijk. Het ontwerp van de nieuwe loop start direct na stuw RS1-ST2, ook wel stuw Hongeren. Hier bedraagt de bodemhoogte NAP 24.20 m. Ter hoogte van de Langvoort is de bodemhoogte ca. NAP 24.05 m. De bodemhoogte net benedenstrooms van de N269, waar aangesloten wordt op het profiel van de bestaande Reusel, bedraagt ca. NAP 21.70 m. Het gemiddelde verhang van de bodem over de herstelde beek bedraagt ca. 0.4 meter per kilometer. Over het totale traject krijgt de beek twee type basisprofielen. Vanaf stuw Hongeren tot aan de samenkomst met de nieuwe Zilverloop (maatregel R4) wordt de beek gegraven met een bodembreedte van ca. 0.5 m en conform het principeprofiel dat is weergegeven in Figuur 1.5‑2 en Figuur 1.5‑3. Vanaf de samenkomst met de nieuwe Zilverloop tot het einde van het beekherstel krijgt de beek een bodembreedte van ca. 0.6 m een gegraven conform het principeprofiel dat is weergegeven in Figuur 1.5‑4. De weergegeven principeprofielen betreffen een basisprofiel direct na aanleg. Door natuurlijke processen zal dit profiel na aanleg wijzigen. Dit zal zich o.a. uiten in variatie van de taludsteilte. In de buitenbochten zullen steilere taluds van 1:1 ontwikkelen, terwijl in de binnenbochten juist flauwere taluds van ca. 1:6 à 1:7 ontwikkelen. Beide profielen zijn fors kleiner dan in de huidige situatie waarin de beek een bodembreedte heeft tot wel 4 m en steilere taluds (1:1.5) kent. De nieuwe loop van de Reusel leidt tot een meanderende beek die voorziet in de gewenste stroomsnelheid, morfologische processen en variatie in alle seizoenen. Bij een zomerafvoer is de berekende gemiddelde stroomsnelheid over het totale profiel ca. 10 cm/s. Door variaties in het profiel en vegetatie worden lokaal de gewenste stroomsnelheden van meer dan 18 cm/s ruimschoots gehaald. Bij hevige afvoeren zal het water buiten de beekloop treden en zullen de omliggende natuurpercelen tijdelijk overstromen. Dit wordt ook wel inunderen genoemd. De lengte van de beek neemt met ca. 1850 meter toe tot een totale beeklengte van 6 kilometer binnen het beekhersteltraject.

Figuur 1.5‑1: Bestaande Reusel bovenstrooms van Langvoort (bron: Cyclomedia)
Figuur 1.5‑2: Toekomstig principeprofiel Reusel tussen Langvoort en Zilverloop (profiellocatie A-A, zie Figuur 1.5-5)
Figuur 1.5‑3: Toekomstig principeprofiel Reusel t.h.v. perceel MDE02-H-57 (profiellocatie B-B, zie Figuur 1.5-5)
Figuur 1.5‑4: Toekomstig principeprofiel Reusel tussen Zilverloop en N269 (profiellocatie C-C, zie Figuur 1.5-5)

De ligging van de nieuwe loop (Figuur 1.5‑5) is geïnspireerd op de historische loop van omstreeks 1850. Op enkele locaties is vanwege de beschikbare gronden voor het beekherstel afgeweken van de historische ligging van de beek. Op deze locaties blijft de beek in de bestaande loop liggen, waaronder het beektraject t.h.v. perceel MDE02-H-57 (Figuur 1.5‑3). Om de doelstellingen te behalen wordt de beek hier wel verondiept en versmald. Tijdens de uitvoering zal aan deze trajecten extra aandacht worden besteed, om te voorkomen dat het nieuwe profiel erodeert en om de stabiliteit te waarborgen. Het beekprofiel van de nieuwe Reusel is ten opzichte van het historische beekprofiel aangepast aan de huidige hydrologische omstandigheden, waarbij de KRW het uitgangspunt is. Over het gehele traject is rekening gehouden met de hoogteligging van het gebied, grondgebruik, kabels en leidingen en uitvoerbaarheid. In paragraaf 1.9 wordt dit verder beschreven. Tevens worden over het gehele traject de aanwezig stuwen verwijderd om de vismigratie knelpunten op te heffen (maatregel R15).

Figuur 1.5‑5: Overzicht nieuwe ligging en te dempen Reusel

Onderdeel van het beekherstel is de aanplant en ontwikkeling van beekbegeleidende beplanting (maatregel R22 en R23). Hierdoor zal in de toekomst ca. 40% van de beek beschaduwd zijn. Hiermee worden de doelen uit de KRW gehaald, maar blijven er ook open stukken in de beek. Dit draagt bij aan het behoud en de ontwikkeling van onder meer Drijvende waterweegbree. Dit is een beschermde soort die nu reeds voorkomt in de Reusel. In het nog op te stellen ecologisch werkprotocol zal hiervoor specifiek aandacht zijn.

Op het benedenstroomse traject, op landgoederen Wellenseind en de Utrecht, zal in de loop der jaren een proces van natuurlijke aanzanding plaatsvinden met zand dat wordt meegevoerd vanuit het beekherstelproject. Door de aanzanding wordt de beekbodem benedenstrooms verondiept en zal de waterstand omhoog gaan. Dit heeft een positief effect op de aanwezige Vochtige alluviale bossen. Het volledige beekherstelproject van de Reusel zal samen met dat van de Raamsloop (onderdeel van Projectplan Waterwet “Natte Natuurparel De Utrecht”) na realisatie worden gemonitord, zie paragraaf 1.10.

Om een beeld te geven hoe de Reusel er uiteindelijk uit gaat zien zijn in Figuur 1.5‑6 enkele referentiebeelden opgenomen voor de half open delen van de beek, en voor de delen waar de beek door bospercelen komt te lopen.

Figuur 1.5‑6: Referentiebeelden eindsituatie heringerichte Reusel (foto’s: R. Schippers, Waterschap de Dommel)