R9. Aanbrengen poel

In het projectgebied wordt een poel gedempt (maatregel R10). Om het aantal poelen (leefgebied voor amfibieën) in het beekdal gelijk te houden, wordt ter vervanging van de te dempen poel een nieuwe poel aangebracht. De nieuwe poel wordt ca. 1 meter onder maaiveld ontgraven, tot maximaal 0.5 m onder GLG. De noordelijke oever kent een talud 1:10 en de zuidelijke oever heeft een talud 1:3. De nieuwe poel dient te worden uitgerasterd om de oevers en de vegetatie te behouden. Figuur 1.5‑16 geeft de locatie van de nieuwe poel weer.

Figuur 1.5‑16: Overzicht te dempen en te realiseren poelen

Naast het aanbrengen van een nieuwe poel, wordt benedenstrooms van Buitenman de bestaande poel opgeschoond en mogelijk opgewaardeerd of uitgediept. De betreffende poel is weergegeven in Figuur 1.5‑17.

Figuur 1.5‑17: Op te waarden poel