Effecten op de omgeving

Inundaties

Als gevolg van het beekherstel van de Reusel zullen de inundaties in het beekdal toenemen. De inundaties blijven echter beperkt tot de gronden die in het plan omgevormd worden naar natuur. In Figuur 1.7‑3 is het oppervlak zichtbaar dat bij een piekafvoer die 1x per 10 jaar voorkomt. Daaruit blijkt dat de overstroming bij een dergelijk piekafvoer beperkt blijft tot het plangebied.

Figuur 1.7‑3: Oppervlak dat inundeert bij een piekafvoer die 1x per 10 jaar voorkomt.

Grondwaterstanden

Zoals in de paragraaf 'Positieve effecten' omschreven stijgen de grondwaterstanden in het gebied.

Direct rondom de te dempen Reusel is de stijging het grootst. Richting de grens van het projectgebied is de grondwaterstijging kleiner. Tijdens het ontwerpproces om te komen tot de maatregelen, is rekening gehouden met hydrologische effecten die optreden. Indien de effecten op de omgeving te groot werden is het maatregelenpakket bijgesteld. Uiteindelijk is het voorliggende maatregelenpakket doorgerekend. Uit deze berekening komt naar voren dat er ook op enkele percelen van derden zich nog grondwaterstandstijgingen voordoen, zij het beperkt. In bijlage A8 zijn kaarten opgenomen met de veranderingen van de grondwaterstand als gevolg van het maatregelenpakket, voor de voorjaarssituatie (GVG), de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG).

Tevens is een kaart opgenomen van de verandering van de nat- en droogteschade als gevolg van de maatregelen. Hieruit komt naar voren dat het overgrote deel van de natschade binnen het projectgebied valt waar de maatregelen voorzien zijn. In Figuur 1.7 4 zijn de percelen aangegeven waarvoor de noodzaak van mitigerende maatregelen is onderzocht. Voor een deel van de percelen is gebleken dat er geen noodzaak tot mitigatie aan de orde was. Daarnaast is voor de percelen waar uit de modellen significante toename van de natschade was te verwachten, de natschade nader berekend. Deze natschade-berekeningen zijn met de direct betrokkenen besproken.

Figuur 1.7‑4: Onderzochte percelen op noodzaak mitigerende maatregelen

Voor percelen die niet in eigendom zijn van het Waterschap of haar partners, is contact geweest met de perceeleigenaren. Met betrokken perceeleigenaren zijn de effecten van het plan besproken en afspraken gemaakt om deze effecten te compenseren of te mitigeren.

Op het moment van vaststellen van dit Definitief-Projectplan is de afstemming met de grondeigenaren, die effecten ondervinden van de geplande maatregelen, over de wijze van compenseren afgerond. Voor de overige grondeigenaren, waar vanuit de modelberekening geen significante toename van de natschade werd berekend, wordt verwezen naar de regeling zoals beschreven in paragraaf 1.10.

Het gaat om de navolgende maatregelen waarover afspraken zijn gemaakt:

  • Technische maatregelen;

    • Voor de percelen waar uit de berekeningen blijkt dat er zich significante grondwaterstandstijgingen voordoen zijn technische maatregelen voorgesteld en afgesproken om dit effect te mitigeren. De technische maatregelen bestaan uit het ophogen van percelen en/of het aanleggen van peilgestuurde drainage en het aanleggen van ondiepe greppels. Deze maatregelen zijn opgenomen in het Projectplan Waterwet als mitigerende maatregel (zie maatregel R17 t/m R19).

  • Financieel compenseren.

    • Tot slot zijn er percelen waar wel een grondwaterstandsstijging berekend is, maar waar de gevolgen voor het agrarische gebruik beperkt zijn. Hiervoor is de opbrengstderving op basis van de teelten van de afgelopen 5 jaar berekend. Deze opbrengstderving is als financiële compensatie aangeboden aan en overeengekomen met de grondeigenaar.