Knelpunten

Kaderrichtlijn Water

De Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn met als doel de waterkwaliteit en de ecologische toestand van het oppervlaktewater in Europa te verbeteren. De richtlijn moet ervoor zorgen dat de wateren zowel chemisch als ecologisch op orde komen. In de verschillende stroomgebiedsbeheerplannen zijn beschrijvingen, doelen en maatregelen voor de watersystemen opgenomen. De Reusel maakt onderdeel uit van het Stroomgebiedsbeheerplan (SGBP) van de Maas (2016-2021). In het SGBP worden wateren onderverdeeld in categorieën (bv. beken) en worden ze aangemerkt als ‘natuurlijk’, ‘kunstmatig’ of ‘sterk veranderd’. Tot slot worden de wateren onderverdeeld in watertypen om de ecologische doelen te kunnen formuleren (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2015).

De Reusel is in de KRW geduid als ‘sterk veranderd water’. Dat houdt in dat de beek een natuurlijke oorsprong heeft, maar in hoge mate door de mens is veranderd. Het is redelijkerwijs niet mogelijk om de beek weer in natuurlijke staat te herstellen (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2019). Daarnaast is de Reusel op het traject waar dit Projectplan betrekking op heeft aangewezen als KRW type R4: permanent langzaamstromende bovenloop op zand en heeft daarbij als ecologisch doel Goed Ecologisch Potentieel (GEP) natuur.

De Reusel voldoet niet aan de waterhuishoudkundige en ecologische doelstellingen (o.a. KRW en Natura 2000). In de beek ontbreken morfologische processen als erosie en sedimentatie doordat de stroomsnelheid te laag is. Verder is de beek onvoldoende beschaduwd, is de afvoerdynamiek te groot en voldoet de waterkwaliteit niet aan de eisen uit de KRW. De situatie levert zowel bovenstrooms (bv. vismigratie) als benedenstrooms (bv. droogval, overstroming en slechte waterkwaliteit) problemen op. Daarnaast is het huidige systeem niet ingericht om ontwikkelingen als klimaatveranderingen en de daarmee gepaard gaande extremere weersomstandigheden op te kunnen vangen. Om bovenstaande knelpunten op te lossen zijn ingrepen nodig.

Natura 2000

Landelijk is in Natura 2000-gebieden al jaren sprake van een overschot aan stikstofdepositie, terwijl verdrogingsproblematiek het effect hiervan verder versterkt. Dit is schadelijk voor de kwetsbare stikstofgevoelige habitats in de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De natuurwaarden die beschermd dienen te worden in de Natura 2000-gebieden zijn door middel van een aanwijzingsbesluit vastgelegd in zogenoemde instandhoudingsdoelstellingen. Deze doelstellingen zijn vervolgens vertaald in beheerplannen. Vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) ligt er een verplichting om ervoor te zorgen dat de habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen in oppervlakte en kwaliteit niet achteruit gaan.

De beek de Reusel maakt onderdeel uit van Natura 2000-gebied “Kempenland-West”. In het Natura 2000-beheerplan voor Kempenland-West zijn voor de eerste beheerplanperiode (2016 – 2021) maatregelen opgenomen om de achteruitgang van de stikstofgevoelige habitattypen te stoppen. Het beekherstel van de Reusel is o.a. vanwege de huidige negatieve effecten op de benedenstrooms gelegen stikstofgevoelige Vochtige alluviale bossen (H91E0C) opgenomen in de eerste beheerplanperiode, zie Figuur 1.2‑1. In het Natura 2000-beheerplan is een negatieve trend (in omvang en kwaliteit) voor de Vochtige alluviale bossen vastgesteld. De maatregelen zoals beschreven in dit Projectplan dragen, samen met de maatregelen die worden uitgevoerd in het kader van het Projectplan “Natte Natuurparel De Utrecht”, bij aan het omkeren van deze trend.

Figuur 1.2‑1: Benedenstrooms gelegen stikstofgevoelige habitattypen t.o.v. projectgebied

Daarnaast draagt het beekherstel bij aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de volgende (niet stikstofgevoelige) habitattypen en -soorten uit het beheerplan.

  • H3260A: Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkel); uitbreiding van oppervlakte en verbetering kwaliteit.

  • H1149: Kleine modderkruiper; behoud, omvang en kwaliteit biotoop.

  • H1831: Drijvende waterweegbree; behoud, omvang en kwaliteit biotoop.

Doelen

Waterschap De Dommel heeft in oktober 2015, middels een interne projectopdracht, de doelstellingen voor “Beekherstel Reusel De Mierden” geformuleerd. Hieruit zijn twee hoofddoelstellingen en een aantal nevendoelstellingen naar voren gekomen.

De hoofddoelstellingen betreffen:

  • Realisatie van de Kaderrichtlijn Water (KRW) opgave voor de Reusel (type R4; GEP waternatuur) binnen het projectgebied, waaronder het opheffen van een 5-tal knelpunten ten aanzien van vismigratie.

  • De realisatie van het beekherstel van de Reusel zoals dit beschreven staat in het Natura 2000-beheerplan. De maatregelen zijn nodig om te voldoen aan de instandhoudingsdoelstellingen, specifiek voor het stikstofgevoelige habitattype Vochtige alluviale (beekbegeleidende) bossen. Deze bossen liggen benedenstrooms van het projectgebied in Natte Natuurparel De Utrecht. De maatregelen hebben als doel te verzekeren dat er geen achteruitgang zal plaatsvinden van deze stikstofgevoelige habitattypen en hun leefgebieden.

Naast de hoofddoelstellingen komt het project tegemoet aan een aantal nevendoelstellingen, namelijk:

  • De ambitie van de provincie om het Natuurnetwerk Brabant (NNB) te realiseren voor de verworven gronden binnen het projectgebied. Bij de invulling van het NNB wordt de provinciale ambitie (Bossenstrategie) om meer bos te ontwikkelen mee genomen. Tevens wordt invulling gegeven aan de doelstelling t.a.v. de ecologische verbindingszone (EVZ).

  • De ambitie van het waterschap om de antiverdrogingsmaatregelen voor de Natte Natuurparels (NNP) binnen het projectgebied te realiseren.

  • Uitvoering geven aan het gemeentelijk en provinciaal beleid ten aanzien van versterking van aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische, economische en recreatieve waarden. Daarmee Meer ruimte voor recreatie, wandelroutes, beleving, landschapsontwikkeling/herstel, cultuurhistorie en verbinding met bebouwde kom.

  • Daarnaast streeft het Waterschap ernaar om met de uitvoering van dit project een bijdrage te leveren aan de doelstellingen die staan beschreven in het Actieplan Leven de Dommel. Dit betreft o.a. het vasthouden van water op de flanken van het beekdal en de samenwerking met de streek.