R22. Aanplant bomen en struweel

Met de herinrichting van de Reusel beoogt het waterschap samen met haar partners een integrale aanpak van het gebied. Om deze reden is gekeken naar het versterken van landschappelijke structuren. Dit gebeurt door het aanbrengen en laten ontwikkelen van een variatie aan onderbroken en aaneengesloten houtsingels. Deze singels zorgen voor de historische lijnstructuren en door de variatie van aangesloten en onderbroken houtsingels wordt ook de openheid van het landschap geborgd. De houtsingels zullen bestaan uit een variatie aan soorten. In het vervolgtraject worden de houtsingels nader gedetailleerd. Daarbij wordt rekening gehouden met de ecologische meerwaarde die doorgaande lijnstructuren hebben in het beekdal. Figuur 1.6‑3 laat het gewenste referentiebeeld zien. Ook worden op diverse plaatsen in het beekdal solitaire bomen aangebracht, zie Figuur 1.6‑4

Figuur 1.6‑3: Referentiebeeld onderbroken houtsingels

Naast het terugbrengen van de historische percelering, worden naast de nieuwe beekloop (maatregel R1) bomen geplant (maatregel R23 Natuurinrichting). Door het aanbrengen van bomen en laten ontwikkelen van spontane houtopslag, neemt de beschaduwing van de beek toe. Dit draagt bij aan het behalen van de doelen zoals gesteld in de Kaderrichtlijn Water. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de aanwezigheid van Drijvende waterweegbree. Voor deze soort is het noodzakelijk dat er ook open delen gehandhaafd blijven. Op de percelen in het projectgebied waar Vochtig Weidevogelgrasland is voorzien, wordt geen aanplant gedaan, omdat opgaande beplanting niet wenselijk is vanuit het weidevogelbeheer.

Figuur 1.6‑4: Overzicht aan te brengen houtstructuren